Aihato
  Wushu  

Wat is wushu?

Wushu is de verzamelnaam van de Chinese vechtsporten. Het vormt de oorsprong van alle Oosterse vechtsporten (zoals het Japanse judo, karate en aikido en het Koreaanse taekwondo). In het westen is wushu beter bekend onder de benaming “Kungfu”. Maar deze naam heeft in feite niets met vechtsporten te maken. Kungfu betekent immers “vaardigheid” en kan bijgevolg voor vele dingen gebruikt worden. Wushu daarentegen betekent letterlijk “krijgskunst”.

Wushu kent vele verschillende stijlen, waarvan sommige gebaseerd zijn op bewegingen van dieren (tijger, slang, kraanvogel, aap, enz.). Het belangrijkste deel van wushu bestaat uit allerlei technieken met of zonder speciale traditionele tuigen (zoals stok, speer en zwaard). Deze technieken worden individueel beoefend in zogenaamde “stijloefeningen”. Hierbij worden diverse stoten, sprongen en trappen uitgevoerd. Wanneer men deze technieken beter kent, leert men ze toepassen in een vooraf ingestudeerd “gevecht”. 

Door zijn lange geschiedenis is wushu uitgegroeid tot een zeer uitgebreid systeem van allerlei traditionele technieken. Er is dan ook voor ieder wat wils: er zijn de specifieke arm- en beentechnieken, de specifieke technieken met de traditionele tuigen, diverse sprongtechnieken, krachttraining en natuurlijk lenigheidsoefeningen.

In China maakt wushu deel uit van de lessen lichamelijke opvoeding op school. Het bewees een zeer volledig pakket te zijn van allerlei sportieve bewegingen. Het is niet de bedoeling om met wushu vooral goed te leren “vechten”. Met wushu leert men wel hoe men zich vroeger in China verdedigde tegen aanvallers en hoe men daarbij gebruik maakte van de diverse tuigen. Men leert hierdoor ook iets over de Chinese cultuur (allerlei gewoonten en legendes). Bovendien is wushu een gezonde en sportieve bezigheid waarin men kan laten zien hoe goed men allerlei lichaamsbewegingen onder controle kan hebben.

Bron: www.kvwushu.be

Wat is wushu?

Wushu is de verzamelnaam van de Chinese vechtsporten. Het vormt de oorsprong van alle Oosterse vechtsporten (zoals het Japanse judo, karate en aikido en het Koreaanse taekwondo). In het westen is wushu beter bekend onder de benaming “Kungfu”. Maar deze naam heeft in feite niets met vechtsporten te maken. Kungfu betekent immers “vaardigheid” en kan bijgevolg voor vele dingen gebruikt worden. Wushu daarentegen betekent letterlijk “krijgskunst”.

Wushu kent vele verschillende stijlen, waarvan sommige gebaseerd zijn op bewegingen van dieren (tijger, slang, kraanvogel, aap, enz.). Het belangrijkste deel van wushu bestaat uit allerlei technieken met of zonder speciale traditionele tuigen (zoals stok, speer en zwaard). Deze technieken worden individueel beoefend in zogenaamde “stijloefeningen”. Hierbij worden diverse stoten, sprongen en trappen uitgevoerd. Wanneer men deze technieken beter kent, leert men ze toepassen in een vooraf ingestudeerd “gevecht”. 

Door zijn lange geschiedenis is wushu uitgegroeid tot een zeer uitgebreid systeem van allerlei traditionele technieken. Er is dan ook voor ieder wat wils: er zijn de specifieke arm- en beentechnieken, de specifieke technieken met de traditionele tuigen, diverse sprongtechnieken, krachttraining en natuurlijk lenigheidsoefeningen.

In China maakt wushu deel uit van de lessen lichamelijke opvoeding op school. Het bewees een zeer volledig pakket te zijn van allerlei sportieve bewegingen. Het is niet de bedoeling om met wushu vooral goed te leren “vechten”. Met wushu leert men wel hoe men zich vroeger in China verdedigde tegen aanvallers en hoe men daarbij gebruik maakte van de diverse tuigen. Men leert hierdoor ook iets over de Chinese cultuur (allerlei gewoonten en legendes). Bovendien is wushu een gezonde en sportieve bezigheid waarin men kan laten zien hoe goed men allerlei lichaamsbewegingen onder controle kan hebben.

Bron: www.kvwushu.be