Aihato
  Seida  

Semi-contact is één van de 3 manieren om te sparren binnen het all-style circuit (toernooien waar sporters uit verschillende disciplines van de verdedigingskunst het tegen elkaar opnemen). Daarnaast heb je de fullcontact variant, waarbij het er harder aan toe gaat en de ‘light continous' variant, wat een mengvorm is van beide. Semi-contact (het woord zegt het al) geeft aan dat het bij deze vorm van sparren gaat om licht contact. Het gaat er niet om dat de tegenstander knock out wordt geslagen / wordt uitgeschakeld, maar dat tijdens een sparringspartij de vechters laten zien dat ze hun technieken beheersen en de tegenstander met deze technieken kunnen raken. De technieken die zijn toegestaan, zijn alle ‘rechte' technieken boven de gordel aan de voorkant van het lichaam en onder de hiel. Dat wil zeggen dat er geen hoeken zijn toegestaan, er mag niet geclinched worden en ook knieën en low kicks zijn verboden. Trap- en stoottechnieken moeten getuigen van goede beheersing en moeten dus gecontroleerd worden gemaakt (het zogenaamd ‘terugtrekken van de techniek'). Bij de technieken die zijn toegestaan kun je denken aan: rechte stoten, back fist, ridge hand, traptechnieken boven de gordel en veegtechnieken. Er mag geen techniek worden gemaakt naar de rug of naar de achterkant van het hoofd.

Een wedstrijd in het semi-contact sparren wordt veelal beslist door snelheid, beheersing van de technieken, inzicht en het kunnen ‘lezen' van de tegenstander en daar snel op kunnen anticiperen / reageren. Bij het semi-contact sparren wordt in tegenstelling tot fullcontact en light continous, de partij door de scheidsrechter stop gezet bij elk gemaakte punt. Vaak wordt een partij gewonnen, zodra één van de twee vechters een maximum aantal punten heeft bereikt (bijvoorbeeld 4 of 6) of wanneer de tijd voorbij is. Een semi-contact wedstrijd duurt bij de senioren doorgaans 2 minuten en bij de junioren anderhalve minuut. In het internationale semi-contact circuit wordt vaak gewerkt zonder dit maximum van behaalde punten en wordt na de verstreken tijd de winnaar uitgeroepen (degene die de meeste punten heeft gescoord). Verder wordt er gevochten op een veld van ongeveer 6 bij 6 meter en volgt een waarschuwing indien het veld verlaten wordt en een minpunt bij een verboden techniek.

Het hangt van het toernooi en de organisatie af welke aanvullende technieken zijn toegestaan. Een voorbeeld hiervan is de ‘ridge hand' (een techniek waarbij met de zijkant van de hand gescoord wordt op het hoofd). Het hangt van de organisatie af en veelal de bekendheid van deze organisatie met deze techniek of deze is toegestaan. Hetzelfde geldt voor de veegtechniek. Over het algemeen kan een semi-contact vechter prima uit de voeten en goed combineren met het arsenaal aan toegestane technieken.

Ontwikkelingen:

Het semi-contact kenmerkte zich ongeveer 10 a 15 jaar geleden vooral door de technieken uit de Karate en Taekwondo wereld. De counters met de achterste vuist dat in de Karate een sterk wapen is, werd veel gebruikt, evenals de vele beentechnieken uit het Taekwondo. De laatste 10 jaar hebben we een duidelijke verschuiving hierin gezien en is het semi-contact heel erg beïnvloed door de Engelse manier van vechten. Deze manier kenmerkt zich door minder te concentreren op de counter, maar vooral op de aanval. Daarnaast zijn vooral de vuisten een effectief instrument gebleken. Eén van de belangrijkste technieken die uit Engeland is overgewaaid is ‘de Blitz'. Dit is een techniek waarbij de vechter gebruik maakt van het verplaatsten van zijn gewicht, daardoor snelheid maakt en als een bliksemschicht (Blitz) wegschiet richting tegenstander en een vuisttechniek maakt (vaak een back fist of zweepslag, gevolgd door een directe stoot). Verder kenmerkt de Engelse manier van vechten zich door lichtvoetigheid en snel voetenwerk.

Bij de Duitsers en ook de Belgen zie je dat deze toch een andere koers varen. In deze landen overheersen toch nog de beentechnieken, gevolgd door vuisttechnieken. Het voorste been gaat gelijk omhoog in de aanval en zo wordt de tegenstander overrompeld met snelle en soepele beentechnieken. Voordat het been op de grond komt, volgt dan een vuisttechniek.

Een andere ontwikkeling die hiermee gepaard is gegaan, is dat het protectiemateriaal ook met zijn tijd is meegegaan. Van de traditionele karateknuistjes, zie je nu bijvoorbeeld heel lichte en gesloten handschoenen, lichtere voetbeschermers, scheenbeschermers, hoofdbeschermers, etc.

Semi-contact is één van de 3 manieren om te sparren binnen het all-style circuit (toernooien waar sporters uit verschillende disciplines van de verdedigingskunst het tegen elkaar opnemen). Daarnaast heb je de fullcontact variant, waarbij het er harder aan toe gaat en de ‘light continous' variant, wat een mengvorm is van beide. Semi-contact (het woord zegt het al) geeft aan dat het bij deze vorm van sparren gaat om licht contact. Het gaat er niet om dat de tegenstander knock out wordt geslagen / wordt uitgeschakeld, maar dat tijdens een sparringspartij de vechters laten zien dat ze hun technieken beheersen en de tegenstander met deze technieken kunnen raken. De technieken die zijn toegestaan, zijn alle ‘rechte' technieken boven de gordel aan de voorkant van het lichaam en onder de hiel. Dat wil zeggen dat er geen hoeken zijn toegestaan, er mag niet geclinched worden en ook knieën en low kicks zijn verboden. Trap- en stoottechnieken moeten getuigen van goede beheersing en moeten dus gecontroleerd worden gemaakt (het zogenaamd ‘terugtrekken van de techniek'). Bij de technieken die zijn toegestaan kun je denken aan: rechte stoten, back fist, ridge hand, traptechnieken boven de gordel en veegtechnieken. Er mag geen techniek worden gemaakt naar de rug of naar de achterkant van het hoofd.

Een wedstrijd in het semi-contact sparren wordt veelal beslist door snelheid, beheersing van de technieken, inzicht en het kunnen ‘lezen' van de tegenstander en daar snel op kunnen anticiperen / reageren. Bij het semi-contact sparren wordt in tegenstelling tot fullcontact en light continous, de partij door de scheidsrechter stop gezet bij elk gemaakte punt. Vaak wordt een partij gewonnen, zodra één van de twee vechters een maximum aantal punten heeft bereikt (bijvoorbeeld 4 of 6) of wanneer de tijd voorbij is. Een semi-contact wedstrijd duurt bij de senioren doorgaans 2 minuten en bij de junioren anderhalve minuut. In het internationale semi-contact circuit wordt vaak gewerkt zonder dit maximum van behaalde punten en wordt na de verstreken tijd de winnaar uitgeroepen (degene die de meeste punten heeft gescoord). Verder wordt er gevochten op een veld van ongeveer 6 bij 6 meter en volgt een waarschuwing indien het veld verlaten wordt en een minpunt bij een verboden techniek.

Het hangt van het toernooi en de organisatie af welke aanvullende technieken zijn toegestaan. Een voorbeeld hiervan is de ‘ridge hand' (een techniek waarbij met de zijkant van de hand gescoord wordt op het hoofd). Het hangt van de organisatie af en veelal de bekendheid van deze organisatie met deze techniek of deze is toegestaan. Hetzelfde geldt voor de veegtechniek. Over het algemeen kan een semi-contact vechter prima uit de voeten en goed combineren met het arsenaal aan toegestane technieken.

Ontwikkelingen:

Het semi-contact kenmerkte zich ongeveer 10 a 15 jaar geleden vooral door de technieken uit de Karate en Taekwondo wereld. De counters met de achterste vuist dat in de Karate een sterk wapen is, werd veel gebruikt, evenals de vele beentechnieken uit het Taekwondo. De laatste 10 jaar hebben we een duidelijke verschuiving hierin gezien en is het semi-contact heel erg beïnvloed door de Engelse manier van vechten. Deze manier kenmerkt zich door minder te concentreren op de counter, maar vooral op de aanval. Daarnaast zijn vooral de vuisten een effectief instrument gebleken. Eén van de belangrijkste technieken die uit Engeland is overgewaaid is ‘de Blitz'. Dit is een techniek waarbij de vechter gebruik maakt van het verplaatsten van zijn gewicht, daardoor snelheid maakt en als een bliksemschicht (Blitz) wegschiet richting tegenstander en een vuisttechniek maakt (vaak een back fist of zweepslag, gevolgd door een directe stoot). Verder kenmerkt de Engelse manier van vechten zich door lichtvoetigheid en snel voetenwerk.

Bij de Duitsers en ook de Belgen zie je dat deze toch een andere koers varen. In deze landen overheersen toch nog de beentechnieken, gevolgd door vuisttechnieken. Het voorste been gaat gelijk omhoog in de aanval en zo wordt de tegenstander overrompeld met snelle en soepele beentechnieken. Voordat het been op de grond komt, volgt dan een vuisttechniek.

Een andere ontwikkeling die hiermee gepaard is gegaan, is dat het protectiemateriaal ook met zijn tijd is meegegaan. Van de traditionele karateknuistjes, zie je nu bijvoorbeeld heel lichte en gesloten handschoenen, lichtere voetbeschermers, scheenbeschermers, hoofdbeschermers, etc.