
Sanshou is het vrije gevecht binnen de Wushu. In de volksmond wordt het Chinees kickboksen genoemd. Deze term doet de sport niet geheel in zijn recht staan. Sanshou is namelijk veel meer dan stoot- en traptechnieken. Tijdens de wedstrijden mag er ook geworpen en geveegd worden, wat het spelletje een stuk ingewikkelder maakt.
Het begon allemaal honderden jaren geleden, zoals zoveel in het Wushu, met de Shaolin monniken. De Shaolin monniken zijn vooral befaamd om hun sierlijke vormen en gevaarlijke dier technieken. Weinigen weten dat er op de plateaus van de Shaolin tempel ook het vrije gevecht een integraal deel van de training was. Hierop werd gevochten op leven en dood. Wanneer men van het plateau viel, dan belande men in tot punten geslepen palen. De monnik als krijger is niet iets waar we hier in het westen snel aan denken. Toch is het juist dit vrije gevecht dat de Shaolin monniken door heel China beroemd heeft gemaakt. De Shaolin tempel is oorspronkelijk met twee hoofdredenen opgericht: ten eerste om de gezondheid van de monniken te verbeteren en ten tweede om het vaderland te beschermen. Om deze laatste reden is uiteindelijk het vrije gevecht ontwikkeld.
Het vrije gevecht dat werd beoefend, heette van oudsher Sanshou (vrije hand). Deze vorm van training wordt al zeer lang gegeven in de Shaolin tempel. Door de eeuwen heen is deze vorm van vechten aangepast. Zo is het Sanshou van dodelijke verdedigingssport omgevormd naar een spectaculaire wedstrijdsport. Deze sport draagt de naam Sanda (vrije slag) en is veel toepasselijker voor het wedstrijdsysteem.
Shaolin Sanshou gaat uit van vier grond beginselen: Ti (schoppen), Da (stoten), Sui (worpen) en Na (drukpunt en hefboomtechnieken) Het traditionele Shaolin Sanshou wordt met de open hand beoefend. Hierbij is ook het gebruik van knie- en elleboogtechnieken toegestaan. Een spreekwoord zegt hierover: "Vuist is licht, palm is krachtig, elleboog is dodelijk." De dodelijke technieken worden nog steeds getraind, maar niet meer in wedstrijdvorm toegepast.

Sanda als wedstrijdsport heeft geprobeerd zoveel mogelijk van de traditionele technieken te bewaren. De knie- en elleboogtechnieken en de drukpunttechnieken zijn niet meer toegestaan in de wedstrijdvorm. De deelnemers van de wedstrijden dragen verplicht bescherming. Om de plateaus uit het klooster na te bootsen wordt Sanda op een letei (verhoogd podium) gevochten. Sanda is een full-contact systeem waarbij knock outs kunnen vallen, maar kracht is niet de hoofdzaak. Snelheid en bewegelijkheid, een counter die eindigt in een worp zijn veel belangrijker. De theorie is simpel: voor de lange afstand gebruik je beentechnieken, voor een korte afstand gebruik je stoottechnieken en dichtbij de worpen. Daarnaast levert het punten op wanneer het je lukt om de tegenstander van het podium te duwen.
Op het moment zijn er in Nederland drie bonden die zich bezig houden met het organiseren van Sanda toernooien, de SWN (Stichting Wushu Nederland), de NWF (Nederlandse Wushu Federatie) en de WKA (World Karate Association). De sport is in Nederland goed aan het groeien. Het Sanda, waarbij de deelnemers behalve bokshandschoenen en een bitje geen bescherming dragen, is op het moment erg populair. Steeds meer scholen organiseren naast hun gewone Sanda toernooien nu ook spectaculaire Sanda Gala's*.
* Bewerking van: Shaolin Temple San Da - Shaolin Temple Magazine Spring 2000
www.kungfumagazine.com

Sanshou is het vrije gevecht binnen de Wushu. In de volksmond wordt het Chinees kickboksen genoemd. Deze term doet de sport niet geheel in zijn recht staan. Sanshou is namelijk veel meer dan stoot- en traptechnieken. Tijdens de wedstrijden mag er ook geworpen en geveegd worden, wat het spelletje een stuk ingewikkelder maakt.
Het begon allemaal honderden jaren geleden, zoals zoveel in het Wushu, met de Shaolin monniken. De Shaolin monniken zijn vooral befaamd om hun sierlijke vormen en gevaarlijke dier technieken. Weinigen weten dat er op de plateaus van de Shaolin tempel ook het vrije gevecht een integraal deel van de training was. Hierop werd gevochten op leven en dood. Wanneer men van het plateau viel, dan belande men in tot punten geslepen palen. De monnik als krijger is niet iets waar we hier in het westen snel aan denken. Toch is het juist dit vrije gevecht dat de Shaolin monniken door heel China beroemd heeft gemaakt. De Shaolin tempel is oorspronkelijk met twee hoofdredenen opgericht: ten eerste om de gezondheid van de monniken te verbeteren en ten tweede om het vaderland te beschermen. Om deze laatste reden is uiteindelijk het vrije gevecht ontwikkeld.
Het vrije gevecht dat werd beoefend, heette van oudsher Sanshou (vrije hand). Deze vorm van training wordt al zeer lang gegeven in de Shaolin tempel. Door de eeuwen heen is deze vorm van vechten aangepast. Zo is het Sanshou van dodelijke verdedigingssport omgevormd naar een spectaculaire wedstrijdsport. Deze sport draagt de naam Sanda (vrije slag) en is veel toepasselijker voor het wedstrijdsysteem.
Shaolin Sanshou gaat uit van vier grond beginselen: Ti (schoppen), Da (stoten), Sui (worpen) en Na (drukpunt en hefboomtechnieken) Het traditionele Shaolin Sanshou wordt met de open hand beoefend. Hierbij is ook het gebruik van knie- en elleboogtechnieken toegestaan. Een spreekwoord zegt hierover: "Vuist is licht, palm is krachtig, elleboog is dodelijk." De dodelijke technieken worden nog steeds getraind, maar niet meer in wedstrijdvorm toegepast.

Sanda als wedstrijdsport heeft geprobeerd zoveel mogelijk van de traditionele technieken te bewaren. De knie- en elleboogtechnieken en de drukpunttechnieken zijn niet meer toegestaan in de wedstrijdvorm. De deelnemers van de wedstrijden dragen verplicht bescherming. Om de plateaus uit het klooster na te bootsen wordt Sanda op een letei (verhoogd podium) gevochten. Sanda is een full-contact systeem waarbij knock outs kunnen vallen, maar kracht is niet de hoofdzaak. Snelheid en bewegelijkheid, een counter die eindigt in een worp zijn veel belangrijker. De theorie is simpel: voor de lange afstand gebruik je beentechnieken, voor een korte afstand gebruik je stoottechnieken en dichtbij de worpen. Daarnaast levert het punten op wanneer het je lukt om de tegenstander van het podium te duwen.
Op het moment zijn er in Nederland drie bonden die zich bezig houden met het organiseren van Sanda toernooien, de SWN (Stichting Wushu Nederland), de NWF (Nederlandse Wushu Federatie) en de WKA (World Karate Association). De sport is in Nederland goed aan het groeien. Het Sanda, waarbij de deelnemers behalve bokshandschoenen en een bitje geen bescherming dragen, is op het moment erg populair. Steeds meer scholen organiseren naast hun gewone Sanda toernooien nu ook spectaculaire Sanda Gala's*.
* Bewerking van: Shaolin Temple San Da - Shaolin Temple Magazine Spring 2000
www.kungfumagazine.com